Hendrikx Van der Spek

Bureau voor bedrijfscommunicatie

Weblog

30.10.07

Spreekgezegden en woorden

Er wordt steeds minder gebruik gemaakt van spreekwoorden en gezegden. Waarom eigenlijk? Vanmiddag tijdens de lange lunch gebruikte ik er nog een: ledigheid is des duivels oorkussen. Maar zo’n opmerking maak ik maar zelden.

Komt het omdat we niet meer weten waar die gezegden naar verwijzen? Duivel? Oorkussen? Komt het doordat we eigenlijk niet goed meer weten wat het gezegde betekent? Of komt het doordat je wel heel oubollig overkomt als je een spreekwoord gebruikt.

En we zijn natuurlijk een stuk cynischer geworden. Tegeltjeswijsheden en spreuken: ze kloppen toch niet. Zoals het klokje thuis tikt, tikt het nergens. Ja dat zal wel, met al die gebroken gezinnen. Geld maakt niet gelukkig. Nou, ik zie toch hele blije gezichten in de Bijenkorf.

Ik ben er eigenlijk sinds kort achter waarom ik zelf nog maar weinig spreekwoorden en gezegden gebruik: ik maak namelijk altijd verkeerde samentrekkingen. Bij mij is het de sluier oplichten in plaats van het tipje.

Als tekstschrijver mag je zulke blunders natuurlijk niet maken. Ik ben als een stotteraar die lastige medeklinkers vermijdt. Voel ik een spreekwoord opkomen dan zoek ik snel naar iets anders…

Jeanine Reuver

Marleen @ 20:44 | link |

26.10.07

Vrijdag Nieuwsdag

Bewegen
De Denktank sport, bewegen en arbeid geeft werkgevers advies om het personeel meer te laten bewegen. Velen zitten de hele dag stil van de voordeur, in de auto, in de lift, achter het bureau. Wat zijn de adviezen? Plaats de koffiemachine en de printer zo ver mogelijk weg van het personeel. Ook het parkeerterrein moet op minstens een paar honderd meter van de ingang liggen. Dat is nog wel haalbaar: gewoon ruilen met een ander bedrijf. En dan komt iedereen te laat. Dat brengt me wel in herinnering dat ik eens wat minder moet gaan bewegen. Trouwens Churchill zei: "als ik last krijg van de aandrang om te gaan bewegen, ga ik op de bank liggen wachten tot het over is."

Handleiding voor kantoorboeven
Deze man laat zien hoe je een robuust cijferslot openmaakt met een paperclip. Enkele jaren geleden al liet een Amerikaan zien hoe je het zogenaamd beste fietsslot van de VS met een ijzerdraadje openkreeg. De fabrikant reageerde te defensief en het was gedaan met de productie.

Max Dohle @ 01:11 | link |

22.10.07

Laatste Huzare(n)stukje?

19 december is het weer zover; het Groot Dictee der Nederlandse Taal. De tekst voor dit taalkundige evenement wordt meestal ruim van tevoren geschreven, zo ook dit jaar. Dit jaar heeft Jan Wolkers getekend voor het dictee dat veel Nederlanders en Belgen tenenkrommend voor de buis doet zwoegen. En Jan Wolkers zou de tekst ook op eigen wijze dicteren aan het dicteeminnende publiek. Ware het niet dat Jan Wolkers afgelopen vrijdag op 81-jarige leeftijd is overleden.

Wat nu? Gebruiken we de tekst wel of niet en zo niet, wie schrijft dan een nieuwe tekst? Of zien we het Groot Dictee als laatste eerbetoon aan de grote schrijver? Het antwoord moet van de weduwe van Jan Wolkers komen. Eén ding is zeker, we zitten waarschijnlijk wel vast aan de dicteerstem van Philip Freriks, want het is niet meer gelukt de stem van Jan Wolkers op band te krijgen. Hoe het afloopt? U ziet en hoort het woensdag 19 december om 20.30 uur.

Marleen @ 15:05 | link |

19.10.07

Vrijdag nieuwsdag


Bond voor het vloeken

De Bond tegen het vloeken bestaat 100 jaar. In die 100 jaar is het vloeken stevig toegenomen. Je zou dus denken opheffen die bond, maar nee hoor de dames en heren zien er alleen maar een motivatie in om de volgende honderd jaar er weer extra stevig tegenaan te gaan. Ik zou het roer 180 graden omgegooid hebben. Vloeken helpt namelijk. Bijvoorbeeld op het werk. Het lucht lekker op en bevordert de solidariteit. Maar vloeken tegen klanten - wat volgens mij nog het meest oplucht - blijft dan weer verboden. Afijn, oordeelt u zelf. Ik ben vanaf vandaag voorzitter van de Bond voor het vloeken. Ik ga met Rita het land in, dat helpt ook goed bij het vloeken.



De handleiding
Als liefhebber van natuurijs vond ik dit een interessante handleiding: hoe maak je glashelder ijs? De natuur kan het, dus waarom wij niet. Het glasheldere ijs op de meren wordt ook wel zwart ijs genoemd. Dat is niet helemaal juist want het is helder als glas. Door de donkere ondergrond lijkt het zwart. Je hebt ook wit ijs, dat is wit omdat er lucht ingevroren is. Het licht dat er opvalt raakt daardoor verstrooid verstrooid.

Glashelder ijsblokjes maken voor de vrijdagmiddagborrel is een fluitketeltje van een cent. De truc is de lucht uit het water te koken. Kijk maar!

Max Dohle @ 03:07 | link |

18.10.07

Milieuvriendelijk googelen

In mijn ochtendkrant werd ik gewezen op de site Blackle. Deze milieuvriendelijke versie van Google zorgt ervoor dat je minder energie verbruikt. In plaats van een wit scherm met gekleurde letters zie je een zwart scherm met witte letters.

Blackle heeft twee doelen: energiebesparing en bewustwording. De makers geloven dat ieder beetje energiebesparing helpt. Daarnaast willen ze gebruikers bewust maken van wat ze zelf kunnen doen om het milieu te sparen.

Er zitten twee nadelen aan het googelen via Blackle. Allereerst staan de milieuvriendelijke items voorop. Voor het initiatief is het begrijpelijk, maar voor de bezoeker is het niet ideaal. Daarnaast staat bovenin niet het totaalaantal hits, maar het aantal dat per pagina weergegeven wordt. Hierdoor lijkt het of Blackle minder zoekresultaten heeft dan Google.

Ondanks deze nadelen is Blackle een leuk initiatief. Het voelt een beetje als de oude DOS-schermen als je zoekoverzichten bekijkt. En wie weet: straks googelen we allemaal in zwart-wit.

Karin @ 09:57 | link |

17.10.07

Communicatie op ’t werk
Ooit werkte ik een maand of vier als dictafonist voor een groot academisch ziekenhuis. Ik tikte daar operatieverslagen voor het medisch archief.

Vooral in het begin was het werk een grote aanslag op mijn luistervermogen. Mijn vrouwelijke collega’s en ik luisterden knerpende minicassettebandjes af, waarop chirurgen met bekakt stemgeluid verslag deden van hun operaties.

Meestal raffelden de chirurgen het inspreken af, want voor hen was het een noodzakelijk kwaad. Met een sneltreinvaart hoorde je zoiets als “pasjen-o-alg-a-e-sie” voorbij komen. Via een soort auditief Lingo-proces maakte ik daar “patient onder algehele anesthesie” van. Nee hoor, kwam soms als commentaar terug, dat moet analgesie zijn. Een miniem verschil, maar toch blijkbaar belangrijk genoeg om het verslag te laten verbeteren.

Foutjes maken was niet leuk, want er waren toen nog geen tekstverwerkingsprogramma’s. Alles moest met drie (ja, ja) carbondoorslagen getikt worden. Er was wel een kopieerapparaat, maar dat was natuurlijk te duur. Maakte je een fout, dan moest je op alle vellen met correctielak aan de slag. En dan maar wachten tot het droog was... Gelukkig pikte ik de medische en anatomische termen zoals proximaal, distaal, duodenum, jejunum, peritonitis, sternocleidomastoidius, atherosclerose, etc. snel genoeg op. In ieder geval wist ik hoe je iets moest spellen. En mijn scrabble-opties namen kwadratisch toe.

Weinig emotie viel te bespeuren in stem en woordkeus van de artsen op de bandjes. Soms steeg hun gebruik van lijdende vormen tot grote hoogte om maar een onpersoonlijke observator te kunnen blijven. Mooi voorbeeld: “Er werd een patiënt gezien die ...”. De enige keer dat ik een gevoel kon beluisteren was toen ik een nogal paniekerig klinkend verslag uitwerkte. Ik hoorde later dat het om een patiënt ging die onder de tram gekomen was en op de operatietafel was overleden.


Op een gegeven moment had ik er genoeg van en drong ik intern op ander werk aan. Toen werd ik toegevoegd aan de typkamer van een beroemde professor. Ik was helaas de onderste in de pikorde. Als de professor iets zei, deed de hoofdsecretaresse alsof god persoonlijk de afdeling was binnengestapt, voor het voetvolk was een grauw en een snauw voldoende. Een maand later had ik dus een andere baan buiten het ziekenhuis gevonden.

Lucien @ 16:03 | link |

1.10.07

Cheese on tapestry
Behalve voor goedkope groenten, vlees en brood, blijkt mijn Turkse buurtsuper ook goed te zijn voor mijn Turkse culinaire vocabulaire. Zo kwam ik een aardig eind met de menukaart van een Instanbuls restaurant: balik, kofte, baklava, ekmek, pide, bira, halwa. Tatli! Maar wat was ook alweer börek...? Even aan de gids vragen. 'Let me think' zei Murat hoopvol. 'It is....uh.. cheese....on...uh.. tapastry...?' Tesekkür, Murat. Afiyet olsun!

Anoniem @ 16:33 | link |